Weduwenfondsen

1854De achtergebleven familie moest met het verdriet leren leven en proberen de eindjes aan elkaar te knopen. Ook al verdienden de vrouwen en kinderen in de vele nevenbedrijven wel een centje, genoeg om het hele gezin in leven te houden was het niet.

Om het ergste leed te verzachten, werden inzamelingsacties op touw gezet. Men plaatste advertenties en gedichten en boekjes werden uitgegeven. De opbrengst was dan bestemd voor de achterblijvers. In de meeste visserijplaatsen waren verzekeringen waar weduwen en wezen een beroep op konden doen. In Vlaardingen werd in 1624  een dergelijk fonds opgericht dat tot in de 20e eeuw bleef bestaan. 

In 1665 werd een officieel reglement opgesteld voor het Fonds der Visscherij-armen. Verarmde vissers, hun weduwen en eventuele kinderen konden hier hulp uit ontvangen. Weduwen konden ook een beroep doen op andere charitatieve instellingen die er al waren en vanuit bijvoorbeeld de lokale overheid en kerk werden geregeld.

Het Vissers Weduwen- en wezenfonds uit 1878 legde ook nadruk op zelfredzaamheid. Zeelieden moesten zelf bijdragen en daardoor ‘leren’ voor zichzelf en nabestaanden te zorgen.