EHBO

De hygiene aan boord van vissersschepen liet te wensen over. De ruimtes waar de bemanning leefde waren klein, slecht geventileerd en vies. De kleding van de vissers hing daar na het werk te drogen. Uitgebreid wassen kon niet en aan boord was geen toilet.

De Noordzeevissers maakten lange dagen en werkten uren achtereen. Het kilometerslange net werd ’s nachts binnengehaald en de haring moest daarna meteen worden gekaakt, gezouten en in tonnen verpakt. Na de verwerking moest men het dek schoonmaken. De lange en intensieve arbeidsdag maakte de vissers oververmoeid. Storm, zwaar weer en regen maakte het er niet gemakkelijker op. In de zeevisserij verloor menig visser het leven door het uit de mast vallen, over boord slaan, strandingen en aanvaringen.

Typische ziektes van Noordzeevissers waren ontstekingen aan de vingers als gevolg van verwondingen met het kaakmesje en infecties aan onderarmen door het schurende oliegoed. Deze nare verwondingen stonden bekend als ‘pekelvreters’ of mouwvreters’.

In het begin verzorgde de zieke zichzelf. Hij werd daarin bijgestaan door de schipper. Hij beheerde de medicijnkist (of EHBO kist) die op elk vissersschip aanwezig moest zijn. Voor het juiste gebruik van deze kist kon men terugvallen op de bijgeleverde handleiding van dr. Boonacker. Dit boekje verscheen in 1902 voor het eerst. Ervan uitgaande dat de kist net zo was ingericht als geadviseerd, kon een hoop leed snel worden voorkomen. De schipper diende dus wel een beetje verstand te hebben van het gebruik van de kist en moest kennis hebben van eerste hulp bij ongelukken, hygiëne en medicijngebruik. De reders waren verantwoordelijk voor de aanwezigheid en compleetheid van de medicijnkist, maar niet elke reder zal zich daaraan hebben gehouden.

Vanaf 1899 konden de vissers soms ook terugvallen op het Hospitaalkerkschip “De Hoop“ dat meevoer met de vissersvloot.

Tegenwoordig kan je een compleet EHBO boek downloaden en op je iPhone meenemen.