Guus Westerdijk
Geboren: Vlaardingen, 8 juli 1989
Opleiding: MAROF (Maritiem Officier)
Achtergrond: in de familiestamboom komen meerdere vissers voor waaronder schipper Adri Westerdijk
In het kader van een stage voer Guus Westerdijk in 2008 mee met de SCH303 Ariadne van rederij W. v.d. Zwan & Zn. In Scheveningen. In totaal maakte hij 6 reizen. Het schip voer in de wateren bij IJsland, Schotland, Noorwegen en in het Kanaal. Guus liep stage in de machinekamer en op de brug. De SCH303 viste op haring, makreel en horsmakreel. Aantal opvarenden: 30 (4 machinisten, 2 stuurmannen, 1 schipper en de rest matrozen). Nationaliteit: Russisch en Nederlands. De schipper heeft de Nederlandse nationaliteit.
Waarom ging Guus mee met de SCH 303?
Eigenlijk ben ik bij de visserij gekomen omdat er een beperkt aantal stageplaatsen voor mijn opleiding is. Ik had ook al bij een aantal grote koopvaardijrederijen gesolliciteerd, maar daar was het al vol. Toen kwam ik bij rederij Van der Zwan uit. Ik kreeg er meteen een goed gevoel bij, ook omdat ze me heel graag wilde hebben. Ik had veel interesse voor de machinekamer getoond. Een andere reden was, dat ik met deze stage veel geld verdiende, ongeveer drie keer zoveel als bij een koopvaardijstage. De reizen waren ook heel leuk, omdat je gewoon zelf je gang kon gaan aan boord. Er werd niet echt heel veel met regels enzo gewerkt.
Wat ging mee naar zee?
Verplicht: werkschoenen met stalen neuzen. De werkkleding bestond uit een overall en laarzen. De aanschafkosten worden door de rederij terugbetaald. De spullen zijn gekocht bij Maritiem, een winkel/leverancier van zeemansbenodigdheden in Scheveningen.
Toiletartikelen, laptop, externe harde schijf met films, losse dvd’s, vrijetijdskleding, snoepgoed zoals chocolade en vitaminepillen gingen ook mee aan boord. Guus is tijdens de reis maar 1 x van boord geweest; Schotland. Daarvandaan heeft hij geen kaart of brief verstuurd.
Werk- en leefritme
Aan boord werkt men 7 dagen per week, circa 12 uur per dag. In het stagecontract stond niets over werkuren.
De kok serveerde drie maaltijden per dag: ontbijt (07.00), lunch (12.00) en diner (19.00). Op het menu stond veel vlees. Bij het ontbijt kreeg men spek en knakworsten, bij de lunch warm vlees met groenten en bij het diner weer warm eten of, voor zie dat wenste, brood. Op zondag was er altijd gebakken aardappelen met biefstuk. De vissers konden tussendoor vis eten; dag en ’s nachts. De vissers maakten zelf vis klaar in de keuken. Als men bijvoorbeeld kabeljauw had gevangen (bijvangst), maakte men van de lippen en kelen kibbeling. Een keer in de week kwam er fruit op tafel.
De verblijfplaatsen van de bemanning noemt men hutten in plaats van logies of kooien. De hutten zijn ingericht voor 2 personen. De hoge officieren zoals de stuurman en de schipper hebben ieder een eigen hut. De hutten zijn voorzien van stapelbedden, een bureau (meer een plank eigenlijk), een bankje, een tv en een kleine koelkast. In de koelkast kan je (fris)drank bewaren. De drank is aan boord te koop. Per bemanningslid is het toegestaan elke week maximaal 24 blikjes bier en 1 fles sterke drank aan te schaffen. Aan boord kunnen sigaretten en drank worden gekocht, verder niks. De kok houdt het consumptiegedrag bij. De 2e stuurman houdt de verkopen bij. Betaling geschiedt achteraf. Veel vrije tijd is er niet.
Wat vond Guus van de leefomgeving?
De leefomgeving was goed. Ik had de hut vaak voor mezelf omdat degene met wie ik de ruimte deelde de wacht wisselde met anderen. Bij slecht weer was het moeilijk slapen. Dat wordt op een gegeven moment erg vervelend omdat dan mensen chagrijnig worden door slaap gebrek, dit gebeurd ook als er slecht gevangen word, dan wordt de bemanning ook chagrijnig.
De kwaliteit van de werkomgeving vond ik erg goed. Ik heb eigenlijk weinig eentonig werk gedaan, al waren er wel klusjes die je elke week opnieuw moest doen. Ook ging er wel eens iets kapot. De SCH 303 is een vrij oud schip. Ik vond de reparaties erg interessant.
Hygiëne en medische zorg
Aan boord bevinden zich meerdere douches; voor de matrozen en afzonderlijke douches voor de officieren. 24 uur per dag staat de watermaker aan. Je kunt dus douchen wanneer je wilt. De bemanning is ingedeeld in twee ploegen: dekploeg en visploeg. De dekploeg maakt het schip schoon. Dat doen ze 1 x in de week. De wc’s worden volgens een rooster door de matrozen schoongehouden.
In de hut van de 1e stuurman staat de EHBO kast. Deze is vergrendeld want daar bevinden zich allerlei medicijnen en verdovingsmiddelen zoals morfine. De schipper en de 1e stuurman hebben een medische bevoegdheid en mogen medische handelingen verrichten. Het is een plicht om op schepen die 200 mijl uit de kust varen, personeel aan boord te hebben dat medisch bevoegd is. Bij de medicijnkast is ook een medische handleiding die men kan raadplegen. Dat is een vrij dikke multomap. Aan boord is een soort ziekenboeg. Door ruimtegebrek sliep de 1e stuurman (kok) daar.
Typische visserskwalen zoals vroeger de pekelvreters en steenpuisten komen niet meer voor. Tijdens een reis maakte Guus wel mee dat een matroos van de trap was gevallen en door de schipper gehecht moest worden. Vissen is een gevaarlijke bezigheid. Niet alleen heb je te maken met zwaar weer, op het dek bevinden zich veel zware kabels die kunnen breken.
Wat vond Guus van de hygiene aan boord?
Ik vond het niet echt vies aan boord. De leefruimte werd goed schoon gehouden maar, bijvoorbeeld in de machinekamer waren de motoren wel erg vet van de olie. Elke week maakten we de hele machinekamer wel schoon met speciale ontvetter.
Het werkdek (waar de vis ingevroren werd) werd altijd aan het einde van de reis helemaal gesopt door de matrozen. Ook maakten zij de rest van het schip schoon
Ontspanning
Aan boord is een messroom waar iedereen eet en zich kan ontspannen. In de messroom bevindt zich een tv, videorecorder en een schaakspel (speelde niemand mee). De bemanning nam zelf kaarten mee om mee te spelen.
Op de brug is een computer toegankelijk voor de bemanning. Diegenen met een laptop kunnen vanuit de eigen hut e-mailen en internetten. Het was mogelijk om ’s ochtends om 08.00 uur en ’s avonds om 20.00 uur prive te e-mailen. Iedereen heeft een eigen account waarmee ingelogd kan worden. De computer op de brug is aanwezig voor zakelijk e-mailverkeer. Het is mogelijk aan boord te bellen, maar omdat dat via de satelliet gaat, is het heel duur. De meesten beperken zich tot e-mailverkeer. Eventuele gemaakte telefoonkosten worden op het salaris ingehouden.
Belde Guus wel eens?
Mijn mobile telefoon had ik wel mee genomen. Heel af en toe als het schip dicht bij de kust voer, kon ik wel even bellen.
De bemanning
Aan boord was geen strakke hiërarchie. Onderscheid tussen officieren en de matrozen is er wel, maar men gaat losjes met elkaar om. De schipper luisterde elke zondag op de brug naar kerkmuziek. Hij las niet voor uit de bijbel.
Op het schip sprak men Nederlands. De Russen die aan boord waren, spraken inmiddels al een aardig woordje Nederlands.
Veel vissers waren getatoeëerd (ankertjes)en droegen gouden oorringetjes. De schipper heeft er zelfs 6! De gedragen oorringen waren doorgaans glad. Een visser droeg oorringen met scheepjes erop. De traditionele visserstruien worden niet meer gedragen.
De meeste vissers hadden een partner en een gezin aan de wal. De Nederlandse bemanningsleden kwamen uit Scheveningen of Katwijk. De 1e stuurman kwam uit een echte vissersfamilie. Van bijgeloof was volgens Guus geen sprake. Guus vond dat men aan boord op een prettige manier met elkaar omging. Ook was er niet echt een hiërarchie. De hoofdmachinist luisterde bijvoorbeeld naar je als je dacht dat je een betere oplossing ergens voor had en dat vond ik ook erg prettig.
Het vissen
In principe wordt elke dag gevist. Als de voorraadtank vol is, wacht men met vissen totdat de vis verwerkt is en de tank weer leeg is. In deze buffertank komen de gevangen vissen te liggen die direct na de vangst worden voorgekoeld met ijswater. Hierdoor sterven de vissen snel. Vervolgens worden ze ingevroren in platen die pakketten vis van 25 a 27 kilo maken. De gevangen haring wordt niet gekaakt. Zodra de buffertank leeg is, gaat men weer vissen.
Bij het vissen let men goed op aanwezige wrakken. Guus herinnert zich een van de treks waarbij wel over een wrak werd gevaren en het net dus over dat schip sleept. Het is funest voor het net dat daardoor kapot gaat. Aan boord zijn meerdere netten aanwezig die als reserve dienen. Er zijn ook verschillende typen netten aan boord; het gebruik is afhankelijk van het soort vis dat gevangen gaat worden. Netten worden ook aan boord al gerepareerd. Aan boord is een speciale netmachine, maar met de hand worden de netten ook nog wel gerepareerd.
Calamiteiten/ veiligheid aan boord
Bij nood kan de schipper de bemanning op de hoogte brengen door het geven van signalen/ alarmbellen. Er is een calamiteitenplan dat per schip verschilt. Brandoefeningen worden wel eens aan boord gehouden. Bij een oefening aan boord van de SCH 303 sliep Guus echter.
Reddingmiddelen
Aan boord bevinden zich talloze hulpmiddelen die gebruikt kunnen worden tijdens noodsituaties:
- Dinghy’s (opblaasbare reddingbootjes of vlot)
- Man overboord boot
- Reddingvesten (in elke hut aanwezig)
- verlevingspakken (in elke hut aanwezig), waterdicht
- Reddingboeien
- SART (een Search and Rescue Transponder is een transponder dat automatisch een signaal uitzendt als het door een radar wordt aangestraald). Kan mee worden genomen op de dinghy.
Mocht zich een noodsituatie voordoen dan kan de schipper een noodoproep doen met DSC (Digital Selective Calling). Met DSC kan op eenvoudige wijze een noodalarm (distress-alert) worden verzonden, waarbij identiteit, positie en andere gegevens kunnen worden meegezonden. Het SOS is vervangen door het internationale Mayday. Het woord Mayday is een verbastering van het Franse m’aidez = help mij.
’s Nachts branden aan dek geen lichten. Dit in verband met het volgen van de scholen vis. Makreel (horsmakreel) zwemt dieper de zee in bij helder licht. Bij het binnenhalen van het net gaan de deklampen wel aan. Verlichting tijdens mist of slecht weer is voor de veiligheid van het schip niet echt nodig. De radar detecteert alles. Het schip is voor anderen altijd ‘zichtbaar’. Op de brug is navigatieverlichting aanwezig.
Het weer
De schipper bedient zich van een speciaal weerprogramma (heet SPOS). De gegevens worden via een satelliet vanuit de wal doorgestuurd. Guus heeft regelmatig te maken gehad met zwaar weer. Bij een van de stormen vlakbij Schotland was het windkracht 8 of 9 en helde het schip 45 graden. Toen dacht Guus wel eens ‘dit gaat niet goed’…. Bij windkracht 9 of meer stopt het vissen.
